De Belgische minister van Defensie Pieter De Crem (CD&V) gaat de regering en de partners in de ISAF-veiligheidsmacht voorstellen het aantal Belgische troepen in Afghanistan in 2012 te halveren.
Dat heeft De Crem zondagmiddag aangekondigd in de journaals van VTM en RTL. De Belgische troepenreductie zal plaatsvinden in het verlengde van de gedeeltelijke terugtrekking die president Barack Obama afgelopen week aankondigde voor de Amerikanen.
Tot 31 december van dit jaar hebben de Belgen een mandaat om met maximaal 626 manschappen deel te nemen aan de International Security Assistance Force van de NAVO.
Belgische troepen zijn op drie locaties in Afghanistan gestationeerd. In Kabul zijn 325 soldaten gelegerd. Ze zorgen voor de beveiliging van de luchthaven en hebben vrijwel niets te doen.
In Kunduz leiden 127 Belgen Afghaanse militairen op. In de Zuid-Afghaanse stad Kandahar zijn Belgische F-16’s gestationeerd met 116 manschappen.
De terugtrekking betreft vooral het detachement in Kabul. Een compagnie met vijf pelotons die de luchthaven bewaakt zal in het geheel teruggetrokken worden.
De Crem meldt dat de opdrachten die bijdragen tot de “Afghanisatie” en de opleiding van het Afghaanse leger zullen worden voortgezet.
Hij noemt dit opdrachten die nog steeds vooruitgang boeken en die onontbeerlijk zijn voor de Afghaanse autoriteiten op termijn om het land naar autonomie te leiden.
Afghanistatie, ook wel de transitie of het Kabulproces genoemd, duidt aan dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van Afghanistan steeds meer in handen komt van de Afghanen zelf.
De afgelopen week meldden naast de VS ook Duitsland en Frankrijk dat ze hun troepental in Afghanistan willen afbouwen.
Zie ook:
Obama trekt 33.000 soldaten terug uit Afghanistan, eerst 10.000 dit jaar
Posts tonen met het label pieter de crem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pieter de crem. Alle posts tonen
zondag 26 juni 2011
woensdag 25 mei 2011
Stomdronken Belgische majoor die Duitse militairen uitschold in Kunduz terug naar België
De nummer twee van de Belgische missie in Kunduz, majoor Fabian Daras, is teruggehaald naar België nadat hij vorige week stomdronken in een Duitse bar in Kunduz Duitse collega's uitschold en met de dood bedreigde. Een Duitse officier kreeg een klap.
Dat hebben Belgische media gemeld. De militaire politie die op het incident werd afgstuurd kreeg vervolgens een scheldkanonnade en enkele doodsbedreigingen naar het hoofd geslingerd. Daras wou zelfs zijn wapen trekken.
Het incident vond ‘s avonds plaats in een Duitse dranktent - de 'Talibar' - in het legerkamp, buiten de diensturen van de betrokken militair. Het Belgische leger noemt het een “zeer ernstige gebeurtenis”.
De Belgische majoor Fabian Daras ging door het lint omdat hij van zijn Duitse collega’s geen wijn kreeg. Het weekblad Knack kon het proces-verbaal inkijken van de Belgische militaire politie in Kunduz.
Rond 3 uur trekt majoor Daras naar de Tali Bar voor een glas, meldt het proces-verbaal. Daras ziet er een Duitse militair met een fles wijn en vraagt of hij er iets van mag hebben. Maar de Duitse vrouw weigert waarop Daras kwaad wordt. Daarop verlaat ze de bar en Daras gooit een lege fles achter haar aan.
Een Duitse sergeant die alles zag gebeuren, roept majoor Daras tot de orde. Die wordt agressief en deelt een vuistslag uit, waarop het tot een handgemeen komt. De scheldende daras dreigt zijn mes en pistool te trekken en wordt vervolgens overmeesterd door Duitse soldaten.
Kamerlid Theo Francken (N-VA) stelt donderdag Kamervragen aan minister van Defensie Pieter De Crem over het incident.
"Afghanistan is precies een vergeten oorlog aan het worden," zegt Francken. "In Kunduz gaat het er nochtans erg heet aan toe. Sommige van onze jongens en meisjes zijn al voor de 5de keer in Afghanistan. De fysische en psychische druk zijn enorm en worden onderschat. Drank ,drugs en geweld zouden schering en inslag zijn in Kunduz en niemand treedt op. Er is nood aan meer psychologische begeleiding tijdens en decompressie na de opdracht."
Minister van Defensie Pieter De Crem heeft maandag zijn verontschuldigingen aangeboden aan Christian Schmidt, de Duitse staatssecretaris voor Defensie, voor het gedrag van de Belgische officier tegen de Duitse militairen.
Dat hebben Belgische media gemeld. De militaire politie die op het incident werd afgstuurd kreeg vervolgens een scheldkanonnade en enkele doodsbedreigingen naar het hoofd geslingerd. Daras wou zelfs zijn wapen trekken.
Het incident vond ‘s avonds plaats in een Duitse dranktent - de 'Talibar' - in het legerkamp, buiten de diensturen van de betrokken militair. Het Belgische leger noemt het een “zeer ernstige gebeurtenis”.
De Belgische majoor Fabian Daras ging door het lint omdat hij van zijn Duitse collega’s geen wijn kreeg. Het weekblad Knack kon het proces-verbaal inkijken van de Belgische militaire politie in Kunduz.
Rond 3 uur trekt majoor Daras naar de Tali Bar voor een glas, meldt het proces-verbaal. Daras ziet er een Duitse militair met een fles wijn en vraagt of hij er iets van mag hebben. Maar de Duitse vrouw weigert waarop Daras kwaad wordt. Daarop verlaat ze de bar en Daras gooit een lege fles achter haar aan.
Een Duitse sergeant die alles zag gebeuren, roept majoor Daras tot de orde. Die wordt agressief en deelt een vuistslag uit, waarop het tot een handgemeen komt. De scheldende daras dreigt zijn mes en pistool te trekken en wordt vervolgens overmeesterd door Duitse soldaten.
Kamerlid Theo Francken (N-VA) stelt donderdag Kamervragen aan minister van Defensie Pieter De Crem over het incident.
"Afghanistan is precies een vergeten oorlog aan het worden," zegt Francken. "In Kunduz gaat het er nochtans erg heet aan toe. Sommige van onze jongens en meisjes zijn al voor de 5de keer in Afghanistan. De fysische en psychische druk zijn enorm en worden onderschat. Drank ,drugs en geweld zouden schering en inslag zijn in Kunduz en niemand treedt op. Er is nood aan meer psychologische begeleiding tijdens en decompressie na de opdracht."
Minister van Defensie Pieter De Crem heeft maandag zijn verontschuldigingen aangeboden aan Christian Schmidt, de Duitse staatssecretaris voor Defensie, voor het gedrag van de Belgische officier tegen de Duitse militairen.
Labels:
Christian Schmidt,
Duitsland,
Fabian Daras,
kunduz,
pieter de crem,
Talibar
dinsdag 12 april 2011
Defensie België doet niks voor nazorg militairen
De Belgische liberale vakbond VSOA Defensie vindt het niet kunnen dat minister van Defensie Pieter De Crem militairen na een missie in Afghanistan niet op decompressietrip wil laten gaan naar Cyprus. “Defensie doet niks voor de nazorg van onze militairen.”
Dat meldt de Belgische krant Het Laatste Nieuws. De vakbond zegt: "Wij vinden zo'n decompressiereis heel belangrijk voor militairen die in Kunduz bijvoorbeeld geconfronteerd zijn met de Taliban, of getuige zijn geweest van een zelfmoordaanslag.”
De bond vindt dat Belgische militairen heel goed worden voorbereid op missies en goed worden getraind en op het terrein ook uitstekend werk verrichten.
“Dan zou je toch mogen verwachten dat ze een goede nazorg krijgen,” aldus de bond.
De bond vindt het belangrijk dat de militairen hun gevoelens en stress kunnen loslaten voor ze weer de draad van het gewone leven oppikken.
"Als die militairen, die vier of zes maanden in Afghanistan onder druk stonden, meteen terugkeren, dan blijven ze met die gevoelens zitten. Tijdens zo'n decompressiereis wordt er met psychologen gewerkt om hen te laten ontstressen."
De liberale vakbond vindt het niet nodig dat elke militair die terugkeert uit een operatie op “decompressietrip” moet, maar dat dit per geval moet worden bekeken. Voor Belgische soldaten die nu deelnemen aan de NAVO-operatie in Libië lijkt het de bond zeer nuttig kunnen zijn.”
Volgens de VSOA gaat het erom “de militairen soepel de overgang te laten maken naar het leven van alledag, en daarvoor hebben ze ruimte nodig. Vergaderruimtes bijvoorbeeld.”
De bond pleit ervoor om van de nazorg een echt onderdeel te maken van elke operatie.
De onafhankelijke legervakbond ACMP keurt een decompressietrip na een missie in Afghanistan niet af, maar pleit ervoor om de discussie ten gronde te voeren en in een bredere context te zien.
Deze bond ziet graag een goede psychosociale begeleiding voor en tijdens de missie, en daarna moet er sterk geïnvesteerd worden in nazorg.
"Decompressie kan eventueel een onderdeel zijn van die nazorg, maar het gaat erom of zo’n reis in bepaalde gevallen nuttig kan zijn," zo zegt de ACMP.
In Afghanistan zijn Belgische soldaten onder meer gestationeerd in de provinciehoofdstad Kabul en in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz.
Dat meldt de Belgische krant Het Laatste Nieuws. De vakbond zegt: "Wij vinden zo'n decompressiereis heel belangrijk voor militairen die in Kunduz bijvoorbeeld geconfronteerd zijn met de Taliban, of getuige zijn geweest van een zelfmoordaanslag.”
De bond vindt dat Belgische militairen heel goed worden voorbereid op missies en goed worden getraind en op het terrein ook uitstekend werk verrichten.
“Dan zou je toch mogen verwachten dat ze een goede nazorg krijgen,” aldus de bond.
De bond vindt het belangrijk dat de militairen hun gevoelens en stress kunnen loslaten voor ze weer de draad van het gewone leven oppikken.
"Als die militairen, die vier of zes maanden in Afghanistan onder druk stonden, meteen terugkeren, dan blijven ze met die gevoelens zitten. Tijdens zo'n decompressiereis wordt er met psychologen gewerkt om hen te laten ontstressen."
De liberale vakbond vindt het niet nodig dat elke militair die terugkeert uit een operatie op “decompressietrip” moet, maar dat dit per geval moet worden bekeken. Voor Belgische soldaten die nu deelnemen aan de NAVO-operatie in Libië lijkt het de bond zeer nuttig kunnen zijn.”
Volgens de VSOA gaat het erom “de militairen soepel de overgang te laten maken naar het leven van alledag, en daarvoor hebben ze ruimte nodig. Vergaderruimtes bijvoorbeeld.”
De bond pleit ervoor om van de nazorg een echt onderdeel te maken van elke operatie.
De onafhankelijke legervakbond ACMP keurt een decompressietrip na een missie in Afghanistan niet af, maar pleit ervoor om de discussie ten gronde te voeren en in een bredere context te zien.
Deze bond ziet graag een goede psychosociale begeleiding voor en tijdens de missie, en daarna moet er sterk geïnvesteerd worden in nazorg.
"Decompressie kan eventueel een onderdeel zijn van die nazorg, maar het gaat erom of zo’n reis in bepaalde gevallen nuttig kan zijn," zo zegt de ACMP.
In Afghanistan zijn Belgische soldaten onder meer gestationeerd in de provinciehoofdstad Kabul en in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz.
Labels:
ACMP,
afghanistan,
België,
kabul,
kunduz,
Libië,
nazorg,
pieter de crem,
psychologie,
VSOA Defensie
woensdag 1 oktober 2008
België draagt bevel KAIA over aan Hongarije
De Belgische soldaten die in de Afghaanse hoofdstad het bevel voerden over het Kabul International Airport (KAIA) hebben dat op 1 oktober overgedragen aan manschappen uit Hongarije.
Dat heeft het Belgische ministerie van Landverdediging gemeld. Brussel leidde een jaar lang de verkeersleiding en de beveiliging voor het vliegveld.
De Belgische minister van Landsverdediging Pieter De Crem en zijn collega van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel waren bij de bevelsoverdracht aanwezig.
Beide ministers brengen samen met een delegatie van de parlementscommissie voor Landsverdediging een tweedaags bezoek aan de Belgische troepen in Afghanistan.
Er blijven wel 250 Belgen in Kabul achter om het vliegveld te bewaken.
Hongarije leidt daarnaast het Provinciaal Reconstructie Team van de ISAF-veiligheidsmacht in de noordelijke provincie Baghlan.
België heeft sinds 1 september ook 4 F-16 gevechtsvliegtuigen gestationeerd op de internationale luchthaven van Kandahar in het zuiden van Afghanistan.
Tijdens hun bezoek spraken beide ministers af dat België meer werk zou maken van een civiel-militaire oplossing voor Afghanistan.
Defensie en Ontwikkelingssamenwerking in België “willen samen werken aan een verdere ontwikkeling in Afghanistan. Ze willen bijkomende fondsen vrijmaken voor landbouwsteun, voedselhulp en de versterking van de Afghaanse capaciteiten en instellingen, aldus het ministerie.
Dit zou echter enkel mogelijk zijn in een veilige omgeving, die de militairen moeten verzekeren.
"Voor Afghanistan is het niet of de militaire optie, of aandacht voor ontwikkeling. Het moet 'en-en' zijn,” aldus de ministers.
“In Kabul blijven de Belgen nog wel de veiligheid van de luchthaven verzekeren. In het zuiden van het land, in Kandahar, ondersteunt een honderdtal militairen de ontplooiing van vier F-16’s,” zo meldt een woordvoerder van het Belgische leger.
Dat heeft het Belgische ministerie van Landverdediging gemeld. Brussel leidde een jaar lang de verkeersleiding en de beveiliging voor het vliegveld.
De Belgische minister van Landsverdediging Pieter De Crem en zijn collega van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel waren bij de bevelsoverdracht aanwezig.
Beide ministers brengen samen met een delegatie van de parlementscommissie voor Landsverdediging een tweedaags bezoek aan de Belgische troepen in Afghanistan.
Er blijven wel 250 Belgen in Kabul achter om het vliegveld te bewaken.
Hongarije leidt daarnaast het Provinciaal Reconstructie Team van de ISAF-veiligheidsmacht in de noordelijke provincie Baghlan.
België heeft sinds 1 september ook 4 F-16 gevechtsvliegtuigen gestationeerd op de internationale luchthaven van Kandahar in het zuiden van Afghanistan.
Tijdens hun bezoek spraken beide ministers af dat België meer werk zou maken van een civiel-militaire oplossing voor Afghanistan.
Defensie en Ontwikkelingssamenwerking in België “willen samen werken aan een verdere ontwikkeling in Afghanistan. Ze willen bijkomende fondsen vrijmaken voor landbouwsteun, voedselhulp en de versterking van de Afghaanse capaciteiten en instellingen, aldus het ministerie.
Dit zou echter enkel mogelijk zijn in een veilige omgeving, die de militairen moeten verzekeren.
"Voor Afghanistan is het niet of de militaire optie, of aandacht voor ontwikkeling. Het moet 'en-en' zijn,” aldus de ministers.
“In Kabul blijven de Belgen nog wel de veiligheid van de luchthaven verzekeren. In het zuiden van het land, in Kandahar, ondersteunt een honderdtal militairen de ontplooiing van vier F-16’s,” zo meldt een woordvoerder van het Belgische leger.
Labels:
baghlan,
belgie,
charles michel,
hongarije,
kabul,
kabul international airport,
KAIA,
kandagar,
pieter de crem
zondag 24 augustus 2008
België stuurt F-16’s en extra OMLT naar Afghanistan
De Belgische minister van Defensie Pieter De Crem heeft intussen ontkend dat de NAVO ook om Belgische grondtroepen heeft gevraagd in het zuiden van Afghanistan naar aanleiding van berichten op zaterdag in de media.
De Crem beweert dat die vraag nooit aan België is gesteld, en indien het zou worden gevraagd dan zouden de Belgen dat weigeren.
De minister deelde volgens de krant De Tijd mee dat de NAVO wel een grotere bijdrage aan zijn land heeft gevraagd voor de ISAF-operatie in Afghanistan.
Het Belgische ministerie van Defensie stuurt daarom een extra Operational Mentoring and Liaison Team (OMLT). Deze teams zijn bedoeld om de Afghaanse veiligheidsdiensten te trainen.
De krant bericht dat dit concreet betekent dat “er vijftig mensen extra worden ingezet voor de operatie die het luchtverkeer in Kabul regelt en waarover de Belgische delegatie de leiding heeft tot 1 oktober”.
De bewindsvoerder benadrukte dat “Defensie niet op eigen houtje extra mankracht kan sturen en dat het steeds om beslissingen van de hele regering gaat”.
De minister zal op 31 augustus naar Afghanistan reizen om daar de aankomst van de vier F-16's te verwelkomen.
Deze zullen op 1 september samen met ongeveer 100 militairen naar het Aziatische land vliegen om deel te nemen aan de activiteiten die vanaf de grote luchtmachtbasis van Kandahar door de buitenlandse troepen worden ontplooid.
De Belgische troepenbijdrage aan de internationale strijdmacht zal door deze acties 450 manschappen gaan tellen. De Belgen zijn dan actief in Kabul, in Kunduz en in Kandahar.
De ISAF-veiligheidsmacht die wordt geleid door de NAVO telde volgens cijfers van de NAVO in juni 52.400 personeelsleden. Deze zijn afkomstig uit 40 landen.
De Crem ontkende dus dat de NAVO om extra militairen heeft gevraagd aan zijn land, hoewel de NAVO in het algemeen de deelnemende landen vaak heeft verzocht om meer troepen te sturen voor de ISAF-missie die te maken heeft met een opstand van de Taliban.
Zie ook
Vier F-16’s België naar Kandahar in Afghanistan voor operatie Guardian Falcon
De Crem beweert dat die vraag nooit aan België is gesteld, en indien het zou worden gevraagd dan zouden de Belgen dat weigeren.
De minister deelde volgens de krant De Tijd mee dat de NAVO wel een grotere bijdrage aan zijn land heeft gevraagd voor de ISAF-operatie in Afghanistan.
Het Belgische ministerie van Defensie stuurt daarom een extra Operational Mentoring and Liaison Team (OMLT). Deze teams zijn bedoeld om de Afghaanse veiligheidsdiensten te trainen.
De krant bericht dat dit concreet betekent dat “er vijftig mensen extra worden ingezet voor de operatie die het luchtverkeer in Kabul regelt en waarover de Belgische delegatie de leiding heeft tot 1 oktober”.
De bewindsvoerder benadrukte dat “Defensie niet op eigen houtje extra mankracht kan sturen en dat het steeds om beslissingen van de hele regering gaat”.
De minister zal op 31 augustus naar Afghanistan reizen om daar de aankomst van de vier F-16's te verwelkomen.
Deze zullen op 1 september samen met ongeveer 100 militairen naar het Aziatische land vliegen om deel te nemen aan de activiteiten die vanaf de grote luchtmachtbasis van Kandahar door de buitenlandse troepen worden ontplooid.
De Belgische troepenbijdrage aan de internationale strijdmacht zal door deze acties 450 manschappen gaan tellen. De Belgen zijn dan actief in Kabul, in Kunduz en in Kandahar.
De ISAF-veiligheidsmacht die wordt geleid door de NAVO telde volgens cijfers van de NAVO in juni 52.400 personeelsleden. Deze zijn afkomstig uit 40 landen.
De Crem ontkende dus dat de NAVO om extra militairen heeft gevraagd aan zijn land, hoewel de NAVO in het algemeen de deelnemende landen vaak heeft verzocht om meer troepen te sturen voor de ISAF-missie die te maken heeft met een opstand van de Taliban.
Zie ook
Vier F-16’s België naar Kandahar in Afghanistan voor operatie Guardian Falcon
woensdag 2 juli 2008
F-16’s België krijgen geen gevechtsoperaties in Afghanistan
De F-16-vliegtuigen die de Belgische regering in september voor de ISAF naar het vliegveld van de zuidelijke stad Kandahar in Afghanistan stuurt zullen daar alleen in uiterste noodgevallen deelnemen aan gevechtsoperaties tegen de Taliban en al-Qaida.
Dat hebben media in België gemeld. De laatste tijd was er een felle discussie gaande in het land over het feit dat de Belgen nu misschien mee zouden gaan vechten in Afghanistan.
Op 1 februari nam de federale regering namelijk de beslissing om vanaf september vier F-16-vliegtuigen naar het zuiden van Afghanistan te sturen vergezeld van 140 extra manschappen. Maar de Belgische “rules of engagement” verschillen van de Nederlandse
Bevoegdheden
Bij de Belgische militairen zou er wat verwarring zijn ontstaan omdat de Nederlanders wat ruimere bevoegdheid hebben. De Belgen kunnen niet altijd deelnemen aan de ruimere bevoegdheden van de Nederlanders.
Kranten in België schreven al: “Onze jongens moeten misschien meevechten in Afghanistan. De Belgen zullen met Nederlandse F-16's aan acties deelnemen. En dat terwijl ons land niet met hetzelfde engagement in Afghanistan aanwezig is.”
De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht en minister van Defensie Pieter De Crem benadrukten deze week dat de F-16’s pas in absolute noodgevallen de operatie Enduring Freedom (OEF) zullen ondersteunen die door de VS wordt geleid.
De scheidslijn tussen de vechtmissie Operation Enduring Freedom en de opbouwmissie van ISAF is niet altijd even helder. De militairen van beide missies bevinden zich vaak in dezelfde gebieden
Enduring Freedom, waarvan de troepenmacht ook wel wordt aangeduid met “de coalitie”, richt zich tegen de Taliban en al-Qaida.
Binnen de ISAF zelf bestaan ook verschillen in de mandaten die de legermachten van hun regeringen hebben meegekregen. Hierdoor worden bijvoorbeeld verschillende invullingen gegeven aan de term “zelfverdediging”.
Tegenstanders van de inzet van de F-16’s wijzen er onder meer op dat de beslissing eerder dit jaar is genomen zonder dat er is gedebatteerd in het Belgische parlement en dat er door de inzet van de jachtbommenwerpers ook slachtoffers onder de burgers kunnen vallen.
Volgens de “rules of engagement”, de aanvalsvoorwaarden, mogen piloten doelwitten pas onder vuur nemen als ze “ondubbelzinnig zeker zijn”. Ook kan de Belgische officier in het operationele commando elke opdracht herroepen.
De gevechtsvliegtuigen zullen worden ingezet als afschrikmiddel, voor verkenningsvluchten en om te bombardementen.
Zelfverdediging
Zichzelf verdedigen mogen de soldaten van de ISAF-macht altijd. Dat leidt dan weer vaak tot gevechten wanneer ISAF-soldaten worden beschoten en dan wordt er vervolgens luchtsteun ingeroepen.
De Belgische F-16’s zullen in principe dus alleen de ISAF-missie van de NAVO ondersteunen. Maar ISAF-troepen zijn veelvuldig in grondgevechten verwikkeld waarbij luchtsteun wordt verleend.
Zo komen de Nederlandse toestellen, ook gevechtshelikopters, vaak in actie en voeren ze beschietingen uit. Het Nederlandse ministerie van Defensie zegt daarna dan vaak “dat er vermoedelijk slachtoffers zijn gevallen onder de tegenstanders”.
De Belgische en Nederlandse gevechtsvliegtuigen zullen deel gaan uitmaken van een gezamenlijk detachement en zijn gestationeerd op de luchthaven van Kandahar.
Het Nederlandse ministerie van Defensie meldde donderdag dat “met de komst van twee Belgische F-16’s per 1 september Nederland twee jachtvliegtuigen uit Afghanistan terug kan halen”.
In het besluit van eind november 2007 om de missie te verlenging was al vastgelegd dat er twee Nederlandse toestellen terug zouden keren. Momenteel maken 6 van dergelijke vliegtuigen deel uit van de Air Task Force die Den Haag in Kandahar heeft.
België neemt sinds 2002 deel aan de ISAF-veiligheidsmacht in Afghanistan. Het land voert daar momenteel ook het bevel over de militaire activiteiten op de internationale luchthaven van Kabul (KAIA).
Dat hebben media in België gemeld. De laatste tijd was er een felle discussie gaande in het land over het feit dat de Belgen nu misschien mee zouden gaan vechten in Afghanistan.
Op 1 februari nam de federale regering namelijk de beslissing om vanaf september vier F-16-vliegtuigen naar het zuiden van Afghanistan te sturen vergezeld van 140 extra manschappen. Maar de Belgische “rules of engagement” verschillen van de Nederlandse
Bevoegdheden
Bij de Belgische militairen zou er wat verwarring zijn ontstaan omdat de Nederlanders wat ruimere bevoegdheid hebben. De Belgen kunnen niet altijd deelnemen aan de ruimere bevoegdheden van de Nederlanders.
Kranten in België schreven al: “Onze jongens moeten misschien meevechten in Afghanistan. De Belgen zullen met Nederlandse F-16's aan acties deelnemen. En dat terwijl ons land niet met hetzelfde engagement in Afghanistan aanwezig is.”
De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht en minister van Defensie Pieter De Crem benadrukten deze week dat de F-16’s pas in absolute noodgevallen de operatie Enduring Freedom (OEF) zullen ondersteunen die door de VS wordt geleid.
De scheidslijn tussen de vechtmissie Operation Enduring Freedom en de opbouwmissie van ISAF is niet altijd even helder. De militairen van beide missies bevinden zich vaak in dezelfde gebieden
Enduring Freedom, waarvan de troepenmacht ook wel wordt aangeduid met “de coalitie”, richt zich tegen de Taliban en al-Qaida.
Binnen de ISAF zelf bestaan ook verschillen in de mandaten die de legermachten van hun regeringen hebben meegekregen. Hierdoor worden bijvoorbeeld verschillende invullingen gegeven aan de term “zelfverdediging”.
Tegenstanders van de inzet van de F-16’s wijzen er onder meer op dat de beslissing eerder dit jaar is genomen zonder dat er is gedebatteerd in het Belgische parlement en dat er door de inzet van de jachtbommenwerpers ook slachtoffers onder de burgers kunnen vallen.
Volgens de “rules of engagement”, de aanvalsvoorwaarden, mogen piloten doelwitten pas onder vuur nemen als ze “ondubbelzinnig zeker zijn”. Ook kan de Belgische officier in het operationele commando elke opdracht herroepen.
De gevechtsvliegtuigen zullen worden ingezet als afschrikmiddel, voor verkenningsvluchten en om te bombardementen.
Zelfverdediging
Zichzelf verdedigen mogen de soldaten van de ISAF-macht altijd. Dat leidt dan weer vaak tot gevechten wanneer ISAF-soldaten worden beschoten en dan wordt er vervolgens luchtsteun ingeroepen.
De Belgische F-16’s zullen in principe dus alleen de ISAF-missie van de NAVO ondersteunen. Maar ISAF-troepen zijn veelvuldig in grondgevechten verwikkeld waarbij luchtsteun wordt verleend.
Zo komen de Nederlandse toestellen, ook gevechtshelikopters, vaak in actie en voeren ze beschietingen uit. Het Nederlandse ministerie van Defensie zegt daarna dan vaak “dat er vermoedelijk slachtoffers zijn gevallen onder de tegenstanders”.
De Belgische en Nederlandse gevechtsvliegtuigen zullen deel gaan uitmaken van een gezamenlijk detachement en zijn gestationeerd op de luchthaven van Kandahar.
Het Nederlandse ministerie van Defensie meldde donderdag dat “met de komst van twee Belgische F-16’s per 1 september Nederland twee jachtvliegtuigen uit Afghanistan terug kan halen”.
In het besluit van eind november 2007 om de missie te verlenging was al vastgelegd dat er twee Nederlandse toestellen terug zouden keren. Momenteel maken 6 van dergelijke vliegtuigen deel uit van de Air Task Force die Den Haag in Kandahar heeft.
België neemt sinds 2002 deel aan de ISAF-veiligheidsmacht in Afghanistan. Het land voert daar momenteel ook het bevel over de militaire activiteiten op de internationale luchthaven van Kabul (KAIA).
Labels:
f-16,
kabul,
KAIA,
kandahar,
karel de gucht,
nederland,
pieter de crem,
rules of engagement
Abonneren op:
Posts (Atom)